Ambulancedienst ZHZ heeft nu een forensisch verpleegkundige

Ambulancedienst ZHZ heeft nu een forensisch verpleegkundige

De Ambulancedienst Zuid-Holland Zuid heeft vanaf nu een eigen forensisch verpleegkundige in huis. Dit zal ertoe leiden dat tijdens hulpverleningen bewuster rekening wordt gehouden met de mogelijkheid van een misdrijf en dat er beter wordt omgegaan met de sporen daarvan.

Ambulanceverpleegkundige Jola Schenk heeft de twee jaar durende opleiding tot forensisch verpleegkundige met succes afgerond. Het woord forensisch betekent ‘gerechtelijk, ten behoeve van strafrechtelijk onderzoek’. Schenk: “Forensische verpleegkunde zit op het snijvlak van medisch en juridisch. Ik heb onder meer geleerd hoe je bij situaties waarin mishandeling, verwaarlozing of seksueel misbruik aan de orde is, verantwoord omgaat met mogelijke sporen. En hoe je aan letsel kan herkennen dat het wellicht opzettelijk is toegebracht. Hoe je dit vervolgens kunt beschrijven en fotograferen, ten behoeve van opsporing en vervolging. Hoe je een rapport schrijft voor Justitie. Arrestantenzorg, kennis van drugs, advies aan slachtoffers van verkrachting over wat ze moeten doen: het is een heel breed gebied.”

Nu zij zelf gediplomeerd is, gaat Schenk haar kennis overdragen aan andere ambulanceverpleegkundigen en -chauffeurs binnen de organisatie. “Wij gaan niet ineens aan actieve opsporing doen”, legt ze uit. “Dat is en blijft een taak van de politie en Justitie. Maar wij kunnen er wel voor zorgen dat slachtoffers niet nog méér slachtoffer worden doordat misdrijven onbewijsbaar of onopgemerkt blijven. De tips en trucs zijn soms ongelooflijk simpel: knip bijvoorbeeld bij een patiënt met een steek- of schotwond het shirt open aan de andere kant, zodat je geen bewijs vernietigt.”

Door te leren signaleren, kan ambulancepersoneel de patiënten beter van dienst zijn, aldus Schenk. “Soms kunnen wij met weinig inspanning ervoor zorgen dat geweld of misbruik stopt. Daarvoor moet je het wel eerst zien. Signalen ‘dat er meer speelt achter de voordeur’ kunnen wij pas oppikken, wanneer we ze eerst leren herkennen. Daar ga ik met mijn collega’s samen aan werken. Ik vind dat dit hoort bij goede zorg.”

Voor Schenk vloeide de opleiding logischerwijs voort uit de taak die ze binnen de dienst al langer heeft als aandachtsfunctionaris voor huiselijk geweld, kindermishandeling en ouderenverwaarlozing. Wanneer ambulancemedewerkers vermoeden dat zoiets speelt op een plek waar ze hulp hebben verleend, kunnen ze samen met Schenk de inschatting maken of hiervan een melding moet worden gemaakt bij de instantie Veilig Thuis. Die kan besluiten tot nader onderzoek. Elke ambulancedienst is verplicht om hiervoor een meldsysteem en een speciale medewerker te hebben. Schenk: “Bij ons werkt het goed. Dit jaar staat de teller van het aantal meldingen op 106. Dat was een paar jaar geleden nog maar een fractie van dat aantal. Het geweld speelde zich toen natuurlijk ook af, maar wij waren er minder alert op.”

Na haar diplomering is Schenk uitgenodigd om zitting te nemen in het bestuur van de Landelijke Vakgroep Aandachtsfunctionarissen Kindermishandeling. Zij heeft die positie aanvaard.